Met alleen stenen stapelen bouw je geen stad

oktober 2006 


Interview met mevrouw Albertine van Vliet-Kuiper in oktober nummer van Stadswerk


“Iedere burger heeft recht op Groen. En dan wel op voldoende goed aangelegd en onderhouden groen in zijn directe omgeving”. Aan het woord is mevrouw Albertine van Vliet-Kuiper, voorzitter van het Landschapsmanifest, burgemeester van Amersfoort en voormalig voorzitter van de werkgroep die in 2005 het Advies “Recht op Groen” heeft uitgebracht. 

“Groen staat voor emotie, maar heeft daarnaast een grote economische en maatschappelijke betekenis”, vindt mevrouw Van Vliet. Maar moeten we nu niet eens af van die emotie en ons meer richten op de ratio als we het over groen hebben? Ze schudt heftig het hoofd. “Ook emoties zijn feiten. Het gaat er niet om of we die ene boom of struik zo prachtig vinden. Het gaat om het gevoel van welbevinden, je gezonder voelen, minder gestresst, fijn en veilig kunnen spelen vlak bij huis. Dat heeft met emotie te maken en is naar mijn mening veel te lang en veel te veel ondergewaardeerd. Natuurlijk kom je er niet met emotie als je beleid wilt maken. Als je het groen hoog op de agenda wilt krijgen en daar hoort het, zul je het moeten onderbouwen”, zegt Albertine van Vliet. 


Groen moet sexy worden

“Als werkgroep hebben we in 2005 een aantal zaken heel duidelijk neergezet denk ik”, zegt Van Vliet. “Onze stelling dat iedere burger recht heeft op groen hebben we gebaseerd op tal van onderzoeken met cijfers en met feiten onderbouwd. Je moet dat ook wel stevig neerzetten, want uit emotie haal je geen geld, dat moet uit de ratio komen. Kijk, voor alles is geld te krijgen, mits je het goed onderbouwt en men zich er ook sterk voor maakt. De cultuur is daarvan een goed voorbeeld. Je hard maken voor cultuur, dat is sexy. Dat maakt indruk en is goed voor je beeldvorming. Krachtige bestuurders willen ook graag met cultuur worden geassocieerd”. Dus groen moet ook sexy worden? “Wat ik bedoel is dat er ook voor wat betreft het groen moet worden gestreefd naar het genereren van meer bestuurskracht. Met alleen stenen stapelen bouw je nu eenmaal geen stad. Maar dat gevoel begint nu gelukkig te komen. Groen wordt een sterkere portefeuille. Enkele gemeenten hebben nu al een wethouder die het woord Groen in zijn portefeuilleomschrijving heeft staan. Ook groen moet inderdaad “sexy” zijn. Grondbeleid en groenbeleid zijn een sterke combinatie, die financieel en economisch denken met zich brengt”. En dat laat zich, naar de mening van Albertine van Vliet, ook goed in één wethoudersportefeuille onderbrengen. 


Collectief belang

In de conclusies bij het Advies Recht op groen zegt de werkgroep dat het collectief belang niet zichtbaar is, omdat elk der betrokken partijen slechts een deel van het maatschappelijk rendement van groene kwaliteit van de openbare ruimte ziet of behartigt en niemand de som der delen. “Dat is zeker zo”, zegt Van Vliet, “Immers een ieder streeft zijn eigen doelen na. Departementen, gemeenten, provincies, projectontwikkelaars, stedenbouwers, ontwerpers, ondernemers en burgers staan ieder voor zich voor hun eigen dilemma's. En uiteindelijk leidt dat tot een keuze tegen groene kwaliteit. Dat moet en kan gekeerd. Het is een kwestie van het voeren van integraal beleid, waarin eigenlijk elke wethouder oog moet hebben met de raakvlakken met groen in zijn portefeuille en daaraan gerelateerde belang”. 


Sense of urgency

“Om de sterkere aandacht voor groen te realiseren moet je zorgen voor een “sense of urgency”. Je moet laten zien dat groen noodzakelijk is”, zegt Van Vliet. “En dat is het. Er wordt veel te veel uitsluitend aan de kostenkant gedacht. Minister Veerman heeft het in februari bij het tekenen van de intentieverklaring met de G31 nog eens heel duidelijk gezegd. Het is een kwestie van 1 betalen en 6 halen. Ik vind dat een heel treffende uitspraak van hem. Je betaalt voor het groen en je krijgt het dubbel en dwars aan baten terug, zowel maatschappelijk als economisch”. Die stelling is prima, maar nu de acceptatie daarvan en de implementatie, dat is een politiek verhaal. “Natuurlijk”, zegt Van Vliet, “men weet best dat het zo is. Wat we nodig hebben zijn krachtige bestuurders met echt gezag op lokaal en provinciaal niveau die bereid zijn daar hun schouders onder te zetten. En dat gezag dat moet hen ook deels worden aangedragen door middel van onderzoek en wetgeving. De behoefte aan goed groen met de mond belijden is niet genoeg, je moet dan consequent zijn en het groen niet zonder geld laten staan. Ik heb hiervoor al een keer gezegd de combinatie groen en grond bestuurlijk een prima combinatie te vinden. Aanleg is één, maar beheer is een tweede. Bij de opzet van de grondexploitatie moeten de beheerkosten al worden meegenomen”. Mevrouw Van Vliet onderstreept dat ook het doel van de groenvoorziening goed in de gaten moet worden gehouden. “In een nieuwe stadswijk zul je toch ander groen aan moeten planten dan aan de stadsrand. Bij de grondexploitatie kan de gemeente haar macht gebruiken om het groen ook op de langere termijn meer zekerheid te bieden”. 


Regie bij de gemeenten

“Het mag duidelijk zijn dat ik vind dat bij de stadsontwikkeling de regie bij de gemeente moet blijven. Ik weet dat daar van uit de marktkant nog wel eens anders over wordt gedacht, maar daar ga ik niet in mee. Met de marktpartijen moet op een wijze manier worden samengewerkt. Maar in mijn opinie dient de overheid de regie te houden, we praten immers wel over de verantwoordelijkheid voor het wonen van mensen in de komende pakweg 50 jaar. Ik vind wel dat alle partijen die hier bij zijn betrokken, de ruimte moeten hebben om volwassen met elkaar om te gaan. Ik zie de gemeente wel als regisseur, maar niet als bemoeial”. Tevoren goede afspraken maken is volgens mevrouw Van Vliet de sleutel. “Als de overheid aan het begin van het proces duidelijk aangeeft wat ze wil, kaders aangeeft en ook controleert, kan de markt wel degelijk de ruimte krijgen”. De wijze waarop de aanleg van het vliegveld van Frankfurt is geregeld is volgens Albertine van Vliet een schoolvoorbeeld van hoe het moet. 


Excellent opdrachtgeverschap

“Die regiefunctie en de implementatie daarvan vraagt om excellent opdrachtgeverschap”, zegt Van Vliet. Dat betekent precies weten wat je wilt en weten wat er te koop is. Dat betekent dat de gemeente ook de kennis in huis moet hebben en dan doel ik op het totale pakket waarbij ook het groen is inbegrepen. Die kennis moet, op abstract niveau, in huis zijn. Je mag het groen niet overlaten aan een sub-niveau in de gemeentelijke organisatie. Dat is verkeerd. Hierdoor heeft groen een te laag aanzien gekregen en daar is het naar mijn mening te belangrijk voor”. Dan mag er nog al wat veranderen. De Markt claimt de ruimte en de overheid heeft er eigenlijk geen adequaat antwoord op. “De Markt mag die ruimte van mij best hebben, maar dan zal de overheid zich eerst anders moeten gaan opstellen. De gemeenten moeten weten wat ze de markt moeten vragen om te krijgen wat ze zelf willen hebben. Ik constateer dat de overheid zelf vaak veroorzaker is van teleurstelling in het verloop van het proces”. 


Normen

In het advies “Recht op Groen “ wordt een norm gehanteerd van 75 m² per woning. Maar weten nu zo weinig mensen dat of prefereren ze om dat niet te weten? “Die norm die is er. Maar de gemeenten vechten er niet voor om die te handhaven. Dat kun je ze niet eens echt kwalijk nemen want ze worden niet voldoende gefaciliteerd om er in financiële zin voorzieningen voor te kunnen treffen. De discussie gaat niet om het heilige van die 75m² , maar hoe je die norm inzet, hoe je hem in de strijd brengt. Bijvoorbeeld hoe ga je om met stedelijke verdichting, hoe compenseer je het groen wat daar moet verdwijnen”? Al die normen leiden tot ongewenste toestanden, zo wordt gezegd. Ze zijn te rigide. Albertine van Vliet knikt, “de norm is niet de absolute waarheid en de ene norm valt nu eenmaal sneller van tafel dan een ander. Maar ik stel vast dat de groennorm niet effectief wordt ingezet, simpelweg omdat het bestuurlijk onvoldoende wordt gedragen. Groen wordt nog niet gezien als een zeer noodzakelijk stukje menselijke biotoop. De werkgroep heeft niet voor niets gehamerd op die norm en heel duidelijk en onomwonden gepleit voor dat recht op groen. En die stelling wordt door steeds meer onderzoeken onderbouwd. En als we nu alleen bezig waren met iets wat mooi is overeind te houden, het gaat om veel meer. Groen levert een grote maatschappelijke en economische bijdrage, en dat moet in harde pegels op de begroting. Naar mijn mening zou de VNG een rol in moeten spelen in de kennisuitwisseling tussen groene steden”. Er is een initiatief van referentiesteden dat zou daar dus in kunnen passen. “Ja, dat initiatief is ontstaan bij de Entente Florale, Dat is een goede zaak en moet beslist verder worden uitgebouwd. Het gaat daarbij om kennisuitwisseling tussen steden die hun groen behoorlijk voor elkaar hebben en zo’n kennisuitwisseling kan ook heel goed internationaal. De nationale competitie die Entente Florale organiseert is goed voor de bewustwording van het belang van groen. Meer aandacht voor de economische en maatschappelijke aspecten en meer voor het samen optrekken van gemeenten in dit kader, de groene stad dus”. 


De Groene Stad

De groene stad, een onderwerp dat steeds vaker wordt aangeroerd. “Terecht”, zegt Albertine van Vliet. “De Groene Stad kan nog veel verder worden uitgewerkt. Een groene stad is net zo belangrijk als een veilige stad. Je moet inzetten op politie voor bescherming van de burger maar ook op bescherming van het groen dat is zeker net zo belangrijk voor je kinderen. En als je het over kinderen hebt dan denk je aan spelen in het groen en aan recreatie mogelijkheden. En dan kom ik eigenlijk al pratend op nog zo’n ander aspect van recreëren in het groen en dat is het multi-culturele aspect. Andere culturen laten ons de belangrijke rol zien van het groen als ontmoetingsplek, onze samenleving verandert daardoor in positieve zin, je krijgt meer sociale cohesie. En er zijn woningcorporaties en gemeenten die dat al goed begrepen hebben. In het Advies Recht op Groen is ook gesteld dat het Groen zijn maatschappelijk rendement alleen kan waarmaken indien het goed gebruikt kan worden. En dat vereist nu eenmaal goede inrichting en goed onderhoud. Verwaarlozing van groene kwaliteit leidt tot aantasting van het draagvlak voor het behoud van bestaand groen en dan heb je het paard pas echt achter de wagen gespannen”. “Er is nog veel te doen”, zegt Albertine van Vliet. “Het allerbelangrijkste is dat in de discussie projectontwikkelaars en gemeenten de dilemma’s boven tafel krijgen. De gemeenten moeten echt die regie pakken en zorgen dat ze kwaliteit in huis hebben. Zoals ik zei, groen moet sexy worden, dan krijgen we de bestuurders met spierballen die nodig zijn, want het groen verdient die stevige bestuurders. Met stenen stapelen alleen kun je geen steden bouwen”. 



De website wordt mede mogelijk gemaakt door PPH, HIC, Ministerie van EL&I, KMTP, Vakgroep GNL, NVTL, Natuurmonumenten en ANWB