Groen in het stedelijk gebied een discussie waard

11 oktober 2006 


Tijdens de officiële prijsuitreiking van de nationale groencompetitie Entente Florale op 11 oktober in het Ecodrome in Zwolle werd de rol van het groen in het stedelijk gebied belicht vanuit de invalshoeken van de lokale overheid en de projectontwikkelaars. 

Mevrouw Albertine van Vliet-Kuiper, voorzitter van het Landschapsmanifest en Burgemeester van Amersfoort bepleitte het recht op groen voor iedere burger en de noodzaak dat de gemeente in dat proces de regie behoudt. Friso de Zeeuw, is directeur Nieuwe Markten Bouwfonds MAB ontwikkeling en onlangs benoemd tot Praktijkhoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft. Zijn motto was “Geld, groen en gebiedsontwikkeling”. De sprekers waren het eens dat het groen belangrijk is in de stadsontwikkeling, maar hun benadering verschilt. 


Economisch en maatschappelijk belang

Albertine van Vliet-Kuiper was ook voorzitter van de werkgroep van de Raad voor het Landelijk gebied die aan de regering in 2005 het Advies “Recht op Groen” uitbracht. Zij pleitte voor handhaving van de normen voor voldoende openbaar groen in het stedelijk gebied en refereerde aan het maatschappelijk en economisch belang van het groen. In haar toespraak riep ze een uitspraak van Minister Veerman in herinnering. Deze had het over één betalen en zes halen. De kosten van goede groenvoorzieningen worden ruimschoots goed gemaakt door de baten bij het oplossen van problemen op het gebied van mobiliteit, milieu, gezondheid, lichaamsbeweging, vestigingsklimaat en biodiversiteit. 


Regie in handen van gemeenten

Mevrouw Van Vliet verwees naar een vergelijking die het onderzoeksinstituut Alterra heeft gemaakt van de ontwikkeling van Groen in verschillende Vinex-wijken. Uit die vergelijking blijkt dat de rol van de regievoerder vaak bepalend is voor de plek en aandacht die het groen krijgt in het programma van eisen. Ook in het vervolg van het proces, dit hangt van de regievoerder af, in hoeverre het groen hoog op de agenda blijft staan. Of dat het wordt opgeofferd aan meer woningen als er financiële tegenslagen zijn. “Een duidelijke regisseur is bij de gebiedsontwikkeling van belang om groen een volwaardige plek te geven”, aldus Van Vliet. “De grondexploitaties verschuiven steeds meer van gemeente naar private partijen of in een PPS. Financiële risico’s worden dan steeds belangrijker. Overheid en private partijen hebben dan verschillende doelen”. 


Samenwerking met rood, groen en blauw

In Cobouw van 27 september zeggen de grote projectontwikkelaars te hunkeren naar een nauwere samenwerking met de overheid om zo de gebiedsontwikkeling naar een hoger plan te tillen.Omdat de puzzel van de inrichting van de schaarse ruimte steeds lastiger wordt willen ze de handen ineenslaan. Ze pleiten ervoor om alle betrokkenen al in een vroeg stadium open met elkaar te laten samen werken. Ze willen graag werken aan grote projecten, die er toe doen. In plaats van werken met pilaarheiligen die een snippergroen wil hebben Albetine van Vliet zegt het opp te vatten als een “warme uitnodiging tot samenwerken en daar graag op in te gaan. Maar, zegt ze “de grote groen projecten moeten we anders organiseren. Niet alleen met de projectontwikkelaars, maar ook met de groene en blauwe partners. En dan wel onder regie van de gemeenten. 


Geen dichtgebouwde steden

Friso de Zeeuw stelde dat bewoners voor het groen in hun woonomgeving opkomen en er alleen al dáárom geen gevaar bestaat dat ‘steden helemaal worden dichtgebouwd’. Bij het formuleren van een visie op de herontwikkelings-mogelijkheden van de stad is onderscheid tussen “licht groen”, dat in aanmerking komt voor bebouwing en donker groen (dat daarvoor niet in aanmerking komt) zijns inziens gerechtvaardigd. De Zeeuw noemt Groen een onmiskenbaar onderdeel van gebiedsontwikkeling. De kwaliteit wordt bepaald door de situering, de inrichting én door beheer en onderhoud. Fixatie op alleen de kwaliteit, zoals een minimum aantal m² per inwoner, vindt hij onzinnig. Knelpunten doen zich naar zijn mening vooral voor bij de kwaliteit van het groen rond de steden: de toegankelijkheid laat te wensen over en het verrommeligen met stadsrandverschijnselen neemt toe, de grondgebonden landbouw verzwakt, koeien verdwijnen uit de wei en kassen verschijnen. Het verdient aanbeveling energie te steken in de kwaliteit van het groen rond de steden, aldus De Zeeuw. 


Grondexploitatie

Groen is ook een kostenpost in de grondexploitatie. De Zeeuw is van mening dat deze kosten moeten worden gedekt uit de opbrengsten (verkoop van grond voor woningen en andere functies), naast de andere publieke voorzieningen. Veel meer groen mag natuurlijk, vindt de Zeeuw, maar dan uit de algemene middelen. En de onderhoudskosten komen ten laste van de algemene middelen. Een kernpunt bij gebiedsontwikkeling is meerwaarde-creatie. Afhankelijk van locatie, concept en programma, kunnen, aldus De Zeeuw, in de grondexploitatie de opbrengsten geoptimaliseerd worden. Op die manier kan én een mooi plan tot stand komen dat past in de omgeving én een extra bijdrage worden geleverd aan de kwaliteit van de groene omgeving (‘rood voor groen’). Een gebied als het Groene Hart leent zich naar zijn mening voor deze aanpak. 

De website wordt mede mogelijk gemaakt door PPH, HIC, Ministerie van EL&I, KMTP, Vakgroep GNL, NVTL, Natuurmonumenten en ANWB